Van Google-nieuws naar Slow journalistiek

typewriter-1580800-1278x855

Ik hou niet zo van nieuws. Vreemd misschien voor een journalist, maar ik probeer het zelfs te vermijden. Altijd als laatste op de hoogte van gebeurtenissen, regelmatig zelfs helemaal niet. Wil ik dan niet weten in wat voor wereld ik leef? Soms wel. Maar ik denk niet dat ik meer grip op die wereld krijg, door elk moment real-time via internet te volgen wat er overal gebeurt. Ik hou meer van verhalen. Met niet alleen een begin, maar met een midden, een einde en liefst ook wat nuance.

Verhalen? Is het niet de taak van de journalist om objectief en feitelijk te omschrijven wat er gebeurt? De wereld te weerspiegelen in een serie berichten?

Volgens Cathrine Gyldensted niet. In haar boek over constructieve journalistiek, legt ze dat uit dat die gewenste objectiviteit niet bestaat. En al zou het mogelijk zijn, dan is het nog niet wenselijk, schrijft ze. Want journalisten spiegelen niet, ze bewegen de wereld. Ze scheppen situaties, verhalen en wereldbeelden. Zij zijn vaak degenen die bepalen wat wij over de wereld te zien, te horen en te lezen krijgen. Via het nieuws zien we niet de realiteit, we zien een afgebakend deel van een realiteit. Wie het verhaal vertelt, en vanuit welk perspectief, kan daarbij heel belangrijk zijn.

Toch blijft veel van onze nieuwsvoorziening aan de oppervlakte. Weinig context en achtergrond. Want om dat te achterhalen kost tijd en geld. En laten media daar nu net te weinig van hebben. Met papieren kranten valt bijvoorbeeld nauwelijks geld te verdienen. Niet omdat mensen het nieuws niet meer lezen. Ze willen er gewoon niet meer voor betalen. Waarom zou je ook, als er online zoveel gratis te vinden is?

De Google-impact: vragen om problemen

Online dus, daar richten de meeste media zich ook op, legt Rob Orchard uit. Orchard is medeoprichter en editor van het Britse magazine Delayed Gratification. Online nieuwsvoorziening heeft volgens hem behoorlijk wat haken en ogen. Want om online geld te kunnen verdienen moet je advertenties plaatsen die vaak pas iets opleveren als ze door miljoenen mensen bekeken worden. En hoe bereik je die miljoenen? Daarbij ‘helpt’ Google. 80% van de mensen zoekt via Google naar nieuwsverhalen. En 60% klikt daarbij op één van de eerste drie zoekresultaten. Wanneer je als nieuwsorganisatie in die eerste drie zoekresultaten belandt, dan ga je pas goed verdienen.

Het probleem is dat Google er weinig om geeft of een journalist zijn werk goed doet. Of de feiten kloppen, of je degelijk onderzoek hebt verricht. Google geeft er wel om wie het snelst publiceert. Eerst zijn is belangrijker dan goed zijn.

Wat Google ook belangrijk vindt, is het aantal stukken dat een site publiceert. Hoe meer je online zet, hoe hoger je in de zoekresultaten belandt. Het draait allemaal om het aantal clicks dat een verhaal krijgt. Dat brengt geld in het laatje. Een online stuk van 150 woorden dat in tien minuten geschreven is, kan financieel hetzelfde opleveren als een stuk van 2000 woorden waar een journalist maanden aan heeft gewerkt. “Dat is vragen om problemen”, zegt Orchard.

Zo kan het ook

Toch is er veel tegengeluid vanuit verschillende journalistieke hoeken. De eerder genoemde constructieve journalistiek is daar een voorbeeld van. Die richt zich vooral op meer positieve elementen in het nieuws. Geen fluffy Buzzfeed nieuws, maar kritische, onafhankelijke, kwalitatieve stukken. Belangrijk daarbij is dat de journalist steeds kijkt naar wat voor (maatschappelijke) impact het verhaal kan hebben.

Het Nederlandse platform de Correspondent streeft daar ook naar. ‘Voorbij de waan van de dag’, is het uitgangspunt, met als doelstelling de begrippen nieuws en actueel te herdefiniëren. ‘Van datgene wat de meeste aandacht trekt naar datgene wat het meeste inzicht biedt’, aldus het manifesto van de Correspondent. Maar wat je bij een Correspondent weer ziet, is dat er nog steeds heel veel stukken worden gepubliceerd. Elke dag opnieuw. Het gevoel overspoeld te worden door nieuwsverhalen, wetend dat het toch niet bij te houden is, wordt daardoor niet echt minder.

Slow journalistiek is wat dat betreft weer anders. Daar is het juist de bedoeling minder frequent te publiceren. Delayed Gratification bijvoorbeeld, uitgegeven door The Slow Journalism Company, wordt maar eens per drie maanden gepubliceerd. Net als andere Slow bewegingen, investeert Slow Journalism in kwaliteit in plaats van kwantiteit. Context, analyse en expertise zijn daarbij sleutelwoorden.


 

Benieuwd naar meer informatie over Slow Journalism? Bekijk dan deze interessante Ted talk.


Updates en artikelen graag in je mailbox ontvangen? Meld je dan hier aan voor de Slow Enzo nieuwsbrief


Wat zijn jullie ervaringen met journalistiek? Waar halen jullie nieuws vandaan? Denken jullie dat Slow journalistiek een goed alternatief is?

 

Geef een reactie