Egidio Fauzia over mode, voeding en kwaliteit

Egidio Fauzia

Trendgevoelige collecties die sneller veranderen dan de seizoenen. Kledingstukken die voor de prijs van een kop koffie in de schappen hangen. Shirtjes die na één wasbeurt al slijtage vertonen. Fast Fashion, wordt het ook wel genoemd. Het financiële succes van budgetketens als Primark en H&M laat zien dat mensen vaak liever gaan voor kwantiteit dan kwaliteit. Een verschijnsel dat veel parallellen vertoont met Fast Food, met name op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en sociale impact.

Hierover Egidio Fauzia aan het woord. De Belgisch-Italiaanse mode-ontwerper heeft namelijk niet alleen een heel interessante benadering van mode lijnrecht tegenover Fast Fashion staat, hij is ook actief lid van de Slow Food beweging. Want er mag dan wel veel mis zijn in de domeinen van Food en Fashion, maar oplossingen zijn er ook genoeg te vinden.

F.EGIDIO – Kwaliteit aan een eerlijke prijs

“Als ontwerper zit ik al meer dan dertig jaar in het vak. In de loop van de tijd heb ik, net als veel andere ontwerpers, gemerkt dat het steeds moeilijker is om kwaliteit aan betaalbare prijzen aan te bieden. Mensen hebben natuurlijk niets tegen kwaliteit, maar ze zijn niet vaak bereid er extra voor te betalen. Stel dat ik een klassieke broek zou willen maken, zonder poespas, met alleen materialen uit Europa, waarvan de productie hier in België uitgevoerd. Zo’n broek zou in de winkel tussen de € 700 en € 800 gaan kosten. Zo’n prijzen zijn niet te doen”.

“Er zijn natuurlijk genoeg opties. Zoals produceren in Cambodja bijvoorbeeld. Maar daar werken ze als mieren. Onmenselijk is dat. Nu is er ook een trend ontstaan om kleding te laten produceren in Ethiopië. Dat zou volgens statistieken een heel democratische optie zijn. Veilig, goede werkomstandigheden, de controle op kinderarbeid hoog. Maar toen ik zelf op onderzoek uit ben gegaan, kwam ik erachter dat het maandloon daar maar op € 24 ligt”.

Adieu tussenpersonen, hallo pop-ups!

“Nu, mijn concept is anders. Kwalitatieve kleding is niet alleen duurder door de hogere productiekosten, maar ook vanwege de vele tussenpersonen. Salesagenten, verkopers, winkeliers. Ze willen allemaal een deel. Die personen omzeil ik nu door zelf te verkopen in pop-up shops. Hier kunnen klanten op afspraak een preview krijgen van de collectie en direct hun bestelling plaatsen. Ze moeten daarna een paar maanden op de kleding wachten, maar het wordt wel op maat gemaakt”.

“Ik vind het zelf een hele fijne manier van verkopen. Ik leer mijn klanten kennen, maar ze leren mij ook kennen. Hun aankopen zijn op basis van persoonlijk advies. Daarbij heb ik ook de kans mijn visie op de stukken te delen en het verhaal achter het ontwerp uit te leggen”.

“Blijf weg van warenhuizen!”

“Hoewel er bij mij geen maximum zit aan het aantal stukken dat er van één ontwerp besteld kan worden, zou ik geen massa gaan produceren. Zeker niet op industrieel niveau. Ik ben er namelijk van overtuigd dat kwaliteit in artisanale producten te vinden is. En dan heb ik het niet alleen over kleding. Eigenlijk is alles wat ik tot nu toe gezegd heb ook toe te passen op andere producten. Met name voor voeding gelden bij mij dezelfde richtlijnen. Hoewel ik mensen niet wil vertellen wat ze moeten doen, kan ik wél een advies geven: Blijf weg bij de warenhuizen! De kans dat je daar waar voor je geld vindt, is wel heel klein”.

Passie en missie: Op zoek naar beschermde voedingsmiddelen

“Naast mijn liefde voor mode, heb ik nog een tweede grote passie: eten. Die passie heb ik sinds jonge leeftijd van mijn Siciliaanse ouders meegekregen. Ik ben altijd op zoek geweest naar de beste ingrediënten. Al helemaal sinds ik in aanraking ben gekomen met Slow Food. Als overkoepelende beweging doet Slow Food veel goeds, maar een van de meest interessante aspecten vind ik de beschermde voedingsmiddelen.”

“Je kunt beschermde voedingsmiddelen vergelijken met beschermde diersoorten, die door veranderende omstandigheden op het punt staan uit te sterven. Bij voeding gaat het als volgt: Door de toename van industriële productie, dreigt een aantal traditioneel geproduceerde etenswaren te verdwijnen. Neem de Mortadella als voorbeeld. Oorspronkelijk werd Mortadella gemaakt van het varkensras Mora Romagnola. Dit ras moet buiten leven en heeft vrij veel tijd nodig om vet te kweken. Voor de industrie is dat dus niet interessant. Maar het verschil in smaak tussen industriële Mortadella en artisanale Mortadella van het Mora Romagnola varken, is groter dan het verschil tussen dag en nacht. Toch kennen veel mensen dat verschil niet, omdat ze de authentieke Mortadella nooit geproefd hebben. En waarom zou je meer betalen voor iets wat je niet kent?”

“Dit maakt het voor traditionele boeren vaak moeilijk de kop boven water te houden. Met daarmee de kans dat de oorspronkelijke producten verdwijnen en we alleen maar slappe aftreksels overhouden. Slow Food probeert dat tegen te gaan door met uitsterving bedreigde producten in bescherming te nemen. Ik doe daar graag aan mee. Als passie en als missie”.

Op pad, met of zonder camera

“Ik vind het heerlijk om in mijn vrije tijd de Italiaanse dorpjes in te trekken om daar op bezoek te gaan bij de makers van beschermde producten. Je komt er de meest bijzondere waren tegen. Maar ook de verhalen van de producenten zijn geweldig om te horen. En het is fascinerend om de productiemethode te kunnen aanschouwen. Deze mensen werken met liefde, vanuit overtuiging. Dat zie je en proef je meteen”.

“Aangezien ik die producten en verhalen dolgraag zou willen delen, ben ik ook met een cameraploeg op pad gegaan om zo de beschermde producten via documentaires onder de aandacht te brengen. Als test hebben we opnames gemaakt bij verschillende producenten in Ligurië. Traditionele vissers die elk jaar opnieuw ecologisch afbreekbare netten weven. Een rozenplantage vanwaar siroop wordt gemaakt. Bij nonna aan tafel. Al dit opnamemateriaal wordt nu verwerkt tot een pilot. Als we daar succes mee hebben, kunnen we opnieuw op pad. Alleen ditmaal door heel Italië. Een culinaire reis langs de beschermde producten. Dat zou echt een prachtige TV-serie kunnen worden”.

“Het grootste probleem is onwetendheid”

“De afgelopen jaren zie je veel beweging van onderaf. Kleinschalige initiatieven van consumenten of producenten. Op het gebied van mode en eten, eigenlijk in alle domeinen van het dagelijks leven. Veel mensen zijn het gejaag beu en willen weg van de industriële dictatuur. Maar volgens mij zijn we er nog lang niet. Waarom willen we bijvoorbeeld in december tomaten kunnen eten? Of laten we druiven uit Zuid-Afrika overkomen?”

“Ik denk dat we zo ver van de natuur afstaan dat we niet eens meer beseffen wat seizoensproducten zijn. We staan er niet meer bij stil waar onze waren vandaan komen. Het grootste probleem is dus onwetendheid. Dat los je voor een groot deel op door middel van voorlichting. Vanuit de politiek wordt daar weinig aan gedaan. De bal ligt bij ons. Daarom ben ik ook zo enthousiast over die documentairereeks. Als de verhalen van de producenten een belangrijkere plaats innemen, zullen mensen vanzelf meer binding krijgen met producten. Vanuit die binding volgt respect en een diepere waardering. Als we dat bereiken, zijn we al een heel stuk verder”.


Updates en artikelen graag in je mailbox ontvangen? Meld je dan hier aan voor de Slow Enzo nieuwsbrief

Geef een reactie